Vastgoed Menu


Geavanceerd Zoeken
Home Juridische Info Familiaal Huwelijk (algemeen)
Huwelijk (algemeen)

 

Op het ogenblik dat een echtpaar in het huwelijk treedt, beloven zij met elkaar lief en leed te delen.
Maar naast lief en leed zullen ze ook bezittingen delen, schulden aangaan, goederen kopen en erven, een inkomen verwerven.
Het zal allemaal op een bepaalde manier tussen hen "verdeeld" zijn.

Het huwelijksvermogensrecht is de rechtstak die dit alles regelt.

Er dienen regels te bestaan die bepalen welk goed van wie is. Of het van beide echtgenoten gemeenschappelijk of onverdeeld is, van de man alleen is of van de vrouw alleen. Dat alles wordt geregeld door het huwelijksvermogensstelsel. Het huwelijksvermogensstelsel is dus een geheel van regels met het oog op de regeling van de onderlinge vermogenstoestand der echtgenoten.

Er bestaan verschillende stelsels; de drie belangrijkste zijn:

  • het stelsel van scheiding van goederen
  • het stelsel van de algemene gemeenschap van goederen
  • het stelsel van scheiding van goederen met gemeenschap van aanwinsten (= wettelijk stelsel)

Dit laatste is het stelsel dat door de wet automatisch van toepassing wordt verklaart op iedereen die geen huwelijkscontract maakt.

Het voornaamste dat aanstaande echtgenoten doen bij het maken van een huwelijkscontract is kiezen voor een bepaald stelsel.

Het huwelijkscontract is aldus de notariële akte waarin de aanstaande echtgenoten kiezen voor een bepaald huwelijksvermogensstelsel.
Maak je geen huwelijkscontract, dan is het wettelijk stelsel van toepassing.

Naast de keuze van een bepaald stelsel kan het huwelijkscontract ook andere zaken bevatten.
Men kan kiezen voor een bepaald stelsel, maar de regels van dat stelsel aan de bijzonderheden van je eigen huwelijkssituatie aanpassen.
Je kan sommige regels van het stelsel uitsluiten of aanpassen. Dat alles wordt gedaan in het huwelijkscontract.

Maar niet van alle regels kan afgeweken worden.
Sommige regels zijn, zonder dat ze wijzigbaar zijn, op alle gehuwden van toepassing, ongeacht onder welk stelsel ze gehuwd zijn.
In het huwelijkscontract kan van deze zogenaamde primaire regels niet afgeweken worden.

Enkele van deze onveranderlijke regels zijn:

  • echtgenoten zijn jegens elkaar tot samenwoning verplicht; zij zijn elkaar getrouwheid, hulp en bijstand verschuldigd (art. 213 BW);
  • de gezinswoning kan nooit zonder de toestemming van de partner verkocht worden, ook al is dit goed eigendom van één der echtgenoten alleen;
  • Eén echtgenoot alleen kan niet zonder de toestemming van de andere de huur opzeggen van de woning die ze samen als gezinswoning bewonen.
  • Dit is zelfs zo indien één der echtgenoten dit huurcontract tekende voor ze huwden;
  • ieder echtgenoot moet in de lasten van het huwelijk bijdragen in verhouding tot zijn vermogen;
  • de ene echtgenoot mag in zijn beroepsbetrekkingen de naam van de andere alleen met diens instemming gebruiken.

Maar eens deze instemming gegeven is mag ze enkel om ernstige redenen worden ingetrokken.
Andere regels daarentegen zijn enkel toepasselijk voor zover men er niet van heeft afgeweken in het contract.
Ze zijn dus ook van toepassing op echtgenoten die zonder contract huwden.

Enkele voorbeelden van deze regels zijn:

  • de gelden op de bankrekening van de man of de vrouw, worden vermoed van beide echtgenoten te zijn, elk voor de helft.
  • het inkomen van de man of de vrouw behoort beide echtgenoten voor de helft toe, ook al heeft één der echtgenoten geen inkomen.
  • alle goederen die de echtgenoten tijdens het huwelijk kopen, zullen van hen beiden zijn; ook al staat de factuur op naam van één der echtgenoten.
  • de ene echtgenoot kan niet zonder de toestemming van de andere echtgenoot een lening aangaan.
  • schulden gemaakt door één der echtgenoten kunnen meestal op al de goederen van beide echtgenoten verhaald worden.
  • Van deze regels kan in het huwelijkscontract afgeweken worden.

Het geheel van regels die van toepassing zijn op echtparen die zonder huwelijkscontract gehuwd zijn noemen we het wettelijk stelsel.
Het is het stelsel dat de wet automatisch laat gelden als men niets anders kiest (m.a.w. indien men geen huwelijkscontract heeft).

Het wettelijk stelsel

EIk gehuwd echtpaar dient onderworpen te zijn aan een stelsel.
Het is ondenkbaar dat er echtparen zouden bestaan waarvoor niet uitgemaakt kan worden of een goed nu van de man is, van de vrouw of van beiden.

Daarom zal elk echtpaar dat geen huwelijkscontract gemaakt heeft, van de dag van hun burgerlijk huwelijk onderworpen zijn aan een stelsel dat de wetgever hen oplegt: het wettelijk stelsel genoemd.

Het wettelijk stelsel verdeelt de goederen van de echtgenoten in drie vermogens:

  • het eigen vermogen van de man
  • het eigen vermogen van de vrouw
  • het gemeenschappelijk vermogen.

Erg vereenvoudigd kan men zeggen dat het wettelijk stelsel door vier basisregels geregeerd wordt:

 

EIGEN zijn:

  • alle goederen die men bezit vòòr het huwelijk.
    Bijvoorbeeld: De auto van de man, zijn spaarrekening;
  • De bouwgrond die de man aankocht vòòr het huwelijk.
  • Het erfdeel dat de vrouw reeds bezit ingevolge het overlijden van haar vader vòòr het huwelijk; het kapsalon dat zij reeds uitbaat bij het aangaan van het huwelijk.
  • Ook eigen blijven de schulden die men vòòr het aangaan van het huwelijk reeds heeft.

EIGEN zijn:

  • alle goederen verworven via een nalatenschap of via een schenking.
  • Ook de schulden ten laste van erfenissen of schenkingen, zijn eigen schulden in het wettelijk stelsel.

GEMEENSCHAPPELIJK zijn:

alle inkomsten. Zowel beroepsinkomsten (lonen, wedden, werkloosheidsuitkeringen, ...) als inkomsten uit eigen goederen.

Voorbeelden van inkomsten uit eigen goederen zijn:

  • De huurgelden van een eigen woning, b.v. van de woning die geërfd werd.
  • De intresten van obligaties die men reeds voor het huwelijk bezat.

GEMEENSCHAPPELIJK zijn:

  • alle goederen waarvan niet kan bewezen worden dat ze eigen zijn van één der echtgenoten.
  • Alle gemeenschappelijke goederen vormen samen het gemeenschappelijk vermogen.

Hoe bewijzen de echtgenoten die gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel welke goederen tot hun eigen vermogen behoren?
Hierboven werd gezegd dat goederen waarvan de echtgenoten niet kunnen bewijzen dat ze eigen zijn, geacht worden tot de huwelijksgemeenschap te behoren.
Wenst men iets voor zich te houden, dan moet men kunnen bewijzen dat het een eigen goed is.
Het bewijs dat iets van de man dan wel van de vrouw is, zal vooral van belang zijn bij echtscheiding.
Bij echtscheiding worden de gemeenschappelijke goederen verdeeld.
Goederen die eigen zijn aan één der echtgenoten hoeven niet verdeeld te worden. Elk der echtgenoten behoudt zijn eigen goederen.

Ook als schuldeisers van één der echtgenoten beslag komen leggen, kan het van groot belang zijn dat men kan aantonen welke goederen van de andere echtgenoot zijn.

Tenslotte is het ook van belang bij het overlijden van één der partners.
De eigen goederen van de overleden echtgenoot vererven aan zijn of haar erfgenamen.
De gemeenschappelijke goederen moeten - in principe - in gelijke helften verdeeld worden tussen de erfgenamen van de eerstgestorvene en de langstlevende echtgenoot.

 

Bewijsregels

Het is daarom belangrijk dat men kan bewijzen dat goederen eigen zijn.
Het zijn de bewijsregels die bepalen hoe de echtgenoten kunnen bewijzen welke goederen hen eigen zijn en welke hen beiden toebehoren.

 

Opsomming in het huwelijkscontract

In het huwelijkscontract kunnen echtgenoten een opsomming laten opnemen van goederen die men op het ogenblik van het aangaan van het huwelijk bezit en aldus eigen zijn.
Het huwelijkscontract zelf vormt dan het bewijs.
Het huwelijkscontract kan nooit verloren gaan; het origineel exemplaar wordt door de notaris bewaard en daarvan kan altijd een afschrift opgevraagd worden.

Alle meubelen worden geacht gemeenschappelijk te zijn van beide echtgenoten.
Ook die meubelen waarvan men een factuur heeft op naam van één der echtgenoten. (uitzondering: huwelijkscontract scheiding van goederen, zie verder)

Bij echtelijke conflicten komt het meermaals voor dat men de eigenheid van bepaalde goederen wil aantonen met een factuur.
Indien deze factuur dateert van tijdens het huwelijk, zal dit geenszins het bewijs vormen dat het goed eigen is aan de persoon op wiens naam de factuur staat.
Men gaat er immers vanuit dat de factuur betaald zal zijn met inkomsten.
Inkomsten zijn gemeenschappelijke gelden in het wettelijk stelsel (niet zo voor stelsel van scheiding van goederen, waar de inkomsten eigen blijven).
Goederen die men met gemeenschappelijk gelden aankoopt zullen tot het gemeenschappelijk vermogen behoren.

Heeft men echter eigen geld, bijvoorbeeld uit een erfenis, dan kan dat geërfd geld besteed worden; wederbelegd worden, in bijvoorbeeld een schilderij.
In dat geval en in de veronderstelling dat kan aangetoond worden dat bedoeld schilderij gekocht werd met die eigen - geërfde - gelden zal het schilderij een eigen goed zijn van die echtgenoot. Het is in wederbelegging van eigen geld gekocht.

Wenst men een grond, een huis of ander onroerend goed in wederbelegging als eigen goed aan te kopen dan is het absoluut noodzakelijk dat zulks in de notariële aankoopakte vermeld wordt.
Is dat niet gebeurd dan kan dat onroerend goed niet als een eigen goed beschouwd worden.
Breng de notaris tijdig op de hoogte van Uw bedoeling.

De bankrekening op mijn naam is niet mijn eigen geld?

Het geld op Uw bankrekening, indien U zonder huwelijkscontract gehuwd bent, is inderdaad niet Uw geld (behoudens uitzonderingen)!
Het is het geld van U en van Uw echtgenoot of echtgenote.
Wat hierboven gezegd werd omtrent de facturen op naam van één der echtgenoten, moet onverkort toegepast worden op de bank- en spaarrekeningen die op naam staan.
Op de rekeningen van de echtgenoten zullen naar alle waarschijnlijkheid voor het overgrote deel de inkomsten van de echtgenoten gestort worden.

Ongeacht of op de rekening van de man, het loon van de man gestort wordt en op de rekening van de vrouw het loon van de vrouw, toch zullen de gelden op die beide afzonderlijke rekeningen, gemeenschappelijk zijn. Dit alles dus steeds in de situatie waarbij echtgenoten onder het wettelijk stelsel zijn gehuwd.
Bij echtscheiding en bij overlijden zullen beide rekeningen in principe gelijk verdeeld moeten worden.
Het spreekt vanzelf dat ook de rekening op naam van beide echtgenoten, aan dat regime onderworpen wordt.

Het bestuur en beheer van het gemeenschappelijk vermogen in het wettelijk stelsel
EIk der echtgenoten is baas over zijn eigen goederen.
Daarop bestaat echter één uitzondering: de gezinswoning kan nooit zonder de instemming van de andere echtgenoot verkocht of met hypotheek bezwaard worden.
Het gemeenschappelijk vermogen moet door beide echtgenoten gezamenlijk beheerd en bestuurd worden.
Dat wil niet zeggen dat je voor elke betaling, voor elke aankoop steeds samen moet tekenen.
Dagdagelijkse handelingen kunnen de echtgenoten elk afzonderlijk stellen.
Er wordt verondersteld dat de andere echtgenoot akkoord is.
Belangrijke handelingen, zoals een hypotheeklening aangaan, een woning of grond kopen, een lening op afbetaling aangaan, daarvoor moet je wel samen tekenen.
Tekent in zulk geval één der echtgenoten alleen, dan kan de andere echtgenoot dit contract laten vernietigen.

UITZONDERING: de man of de vrouw die een beroep uitoefent, kan alle daartoe noodzakelijke handelingen alleen stellen.
De man zowel als de vrouw kunnen, binnen het kader van hun beroepsbezigheden, zonder toestemming van de andere echtgenoot afbetalingskredieten aangaan, een inschrijving laten nemen op hun handelszaak, enz.
Oefenen beide echtgenoten gezamenlijk een zelfde beroep uit, dan moeten ze wel samen beslissen.

De verhaalbaarheid der schulden
Als mijn man schulden maakt, kan men daarvoor dan al onze gezamenlijke goederen in beslag nemen of slechts de helft?
Kan men mijn goederen in beslag nemen of blijven deze "buiten schot"?

Zoals vermoed wordt in een wettelijk stelsel dat alle goederen gemeenschappelijk zijn, zo wordt ook voor de schulden vermoed dat ze gemeenschappelijk zijn.
Men gaat er met andere woorden vanuit dat alle schulden gemeenschappelijk zijn.
Alle schulden die de echtgenoten samen tekenen zijn gemeenschappelijke schulden.
Maar ook schulden die slechts door één echtgenoot aangegaan worden, kunnen gemeenschappelijke schulden zijn.
Zo zijn alle schulden die gemaakt worden in het belang van het gezin en van de huishouding, gemeenschappelijk.

Voorbeelden van zulke gemeenschappelijke schulden zijn:

  • de kost voor het verven of herstellen van de woning
  • kosten voor het herstellen van de wagen, zelfs al is die wagen alleen van de man
  • dokter en hospitaalkosten voor verzorging van een gezinslid.
  • Voor gemeenschappelijke schulden, kunnen de gemeenschappelijke goederen, maar ook de eigen goederen der echtgenoten aangesproken worden.
  • Dus ook de goederen van die echtgenoot die niet mee getekend heeft, kunnen voor gemeenschappelijke schulden aangeslagen worden!

Afwijken van de regels van het wettelijk stelsel

Alles wat hierboven gezegd werd geldt voor echtgenoten die zonder contract gehuwd zijn.
Door een huwelijkscontract te maken kan je van de regels afwijken.
Je kan wat je niet zint, afschaffen en vervangen door andere regels.

Inbreng van een eigen onroerend goed

Wanneer één der aanstaande echtgenoten reeds vòòr het huwelijk eigenaar is van een perceel bouwgrond waarop het toekomstig koppel samen een woning zal gaan bouwen, is het raadzaam een contract te maken.
In dat contract kan je bedingen dat het perceel bouwgrond niet eigen blijft maar gemeenschappelijk wordt.
Immers indien de bouwgrond eigen blijft, zal onvermijdelijk ook de woning die daarop gebouwd wordt eigen zijn van die echtgenoot van wie de grond is, overeenkomstig het principe van recht van natrekking.
Het feit dat deze woning betaald werd met gelden die van beide echtgenoten zijn, verandert daaraan niets.
Daarom is een huwelijkscontract in dat geval zeer aan te raden.
In dat contract zal de bouwgrond gemeenschappelijk gemaakt worden aan beide echtgenoten.

Beding van terugname bij echtscheiding.
Als de aanstaande echtgenoot zijn bouwgrond gemeenschappelijk heeft gemaakt, zal dit als gevolg hebben dat bij echtscheiding deze grond tussen beide partners gedeeld moet worden.
Dit wenst men niet altijd.
Immers de bouwgrond werd betaald met gelden van de man alleen, hij kocht het voor het huwelijk.
Als het dan tot een echtscheiding komt, is het des te pijnlijker als men zijn eigen grond voor de helft verliest.
Om daaraan te verhelpen kan men in het huwelijkscontract een clausule opnemen.
Die clausule bepaalt dan dat bij echtscheiding de waarde van de bouwgrond, die gemeenschappelijk gemaakt werd, volledig en alleen toekomt aan de echtgenoot die hem inbracht.

Dit zijn twee voorbeelden van clausules die het WETTELIJK STELSEL wijzigen.
Men maakt een huwelijkscontract waarin men kiest voor het wettelijk stelsel maar men wijzigt enkele zaken.

 

De langstlevende echtgenoot bevoordelen
Zeer veel voorkomende clausules in huwelijkscontracten, zijn de bepalingen die ervoor moeten zorgen dat bij het overlijden van de eerststervende echtgenoot, de langstlevende bevoordeeld wordt.

Deze clausules zijn voornamelijk van belang als er kinderen zijn.

Als er geen kinderen zijn, komt het gemeenschappelijk vermogen volledig en in volle eigendom toe aan de langstlevende echtgenoot (let wel: in een stelsel van scheiding van goederen bestaat geen gemeenschappelijk vermogen).
Als er wel kinderen zijn, dan wordt de huwelijksgemeenschap in twee gelijke helften verdeeld. De ene helft voor de langstlevende echtgenoot, de andere helft voor de kinderen.
De langstlevende echtgenote behoudt wel het levenslang recht om de zaken van de gemeenschap te blijven gebruiken. Zij krijgt het vruchtgebruik.


De ongelijke verdeling van de huwelijksgemeenschap
In het huwelijkscontract is het mogelijk om af te wijken van de gelijke verdeling van de gemeenschap.
Men kan bepalen dat de langstlevende meer dan de helft krijgt.
Dat kan men door een clausule van ongelijke verdeling.
Daarin bepalen de echtgenoten dat de langstlevende van hen beiden, meer dan de helft van de huwelijksgemeenschap verkrijgt. Men kan bijvoorbeeld bepalen dat de langstlevende 3/4 van de gemeenschap krijgt.
De kinderen krijgen dan slechts 1/4 in plaats van de helft.

Het verblijvingsbeding (ook "langst-leeft-al" genoemd)
Men kan zelfs bedingen dat de gehele gemeenschap aan de langstlevende toekomt.
Zulk een clausule noemen we het verblijvingsbeding.
De gehele gemeenschap verblijft volledig bij de langstlevende.

 

Het voorafname beding
Nog een andere mogelijkheid is te bepalen dat de langstlevende, vòòr dat de verdeling uitgevoerd wordt, bepaalde zaken vooraf mag nemen.
Deze vooraf genomen zaken zijn dan voor 100% van de langstlevende, de overige zaken worden met de kinderen gedeeld.
Die clausule noemen we het beding van voorafname. Deze zou bijvoorbeeld zo geformuleerd kunnen worden: "De langstlevende der echtgenoten zal voor elke verdeling uit de gemeenschap mogen voorafnemen; de gezinswoning met alle daarin aanwezige huisraad en meubelen, alsook de wagen". Deze clausule zal als gevolg hebben dat de langstlevende echtgenoot of echtgenote volledig baas is in eigen huis. Indien die langstlevende de woning wenst te verkopen, moeten de kinderen niet mee tekenen. Indien deze clausule niet wordt opgenomen, moeten de kinderen mee akkoord gaan om de woning te kunnen verkopen.

De andere huwelijksstelsels
Tot zover hebben we het enkel gehad over het wettelijk stelsel.
Met name het stelsel dat van toepassing is op iedereen die geen contract gemaakt heeft.
We bespraken ook dat men een contract kan maken waarin men enkel afwijkt van sommige regels van het wettelijk stelsel.
Men blijft onder het wettelijk stelsel maar past het aan zijn behoeften aan.

In een huwelijkscontract kan je ook een totaal ander huwelijksstelsel aannemen.

De twee belangrijkste zijn:

  • Het stelsel van scheiding van goederen.
  • Het stelsel van algehele gemeenschap.

We bespreken kort de voornaamste kenmerken van deze twee andere stelsels. Daar benadrukken we vooral waarin ze verschillen van het wettelijk stelsel.

 

Het stelsel van scheiding van goederen
In tegenstelling tot het wettelijk stelsel dat drie vermogens telt, kent het stelsel van scheiding van goederen slechts twee vermogens:

  • het vermogen van de man
  • het vermogen van de vrouw

Een gemeenschappelijk vermogen bestaat niet in een stelsel van scheiding van goederen.

Dit wil niet zeggen dat echtgenoten die met scheiding van goederen gehuwd zijn, niets samen kunnen hebben.
De goederen die ze samen hebben zijn niet gemeenschappelijk, ze zijn onverdeeld.
Tussen onverdeelde goederen en gemeenschappelijke goederen bestaat een essentieel juridisch verschil. De notaris kan U hierover inlichten.

In een stelsel van scheiding van goederen blijven de echtgenoten financieel volledig onafhankelijk van elkaar.
Het inkomen van de man, blijft van de man; het inkomen van de vrouw blijft van de vrouw.
De vermogens vermengen zich niet met elkaar; ze blijven gescheiden.

 

Bewijsregels en eigendomsvermoedens
Ook wat de bewijsregels betreft, functioneert het stelsel van scheiding van goederen volledig anders dan een wettelijk stelsel.
In een stelsel van scheiding van goederen zal de bankrekening op naam van de man, volledig en alleen toebehoren aan de man, die van de vrouw volledig eigendom zijn van de vrouw.
De wagen die ingeschreven staat op naam van de vrouw, behoort haar volledig toe.
Hetzelfde geldt voor de meubelen en andere zaken die men tijdens het huwelijk aankoopt.
Indien de aangekochte goederen betaald werden door één der echtgenoten zullen deze goederen die echtgenoot toebehoren.
Goederen waarvan geen facturen bestaan, of waarvan men op geen andere manier kan bewijzen dat ze eigen zijn, worden vermoed hen elk voor de helft toe te behoren.

Bij echtscheiding of overlijden zullen enkel die onverdeelde goederen verdeeld moeten worden.
De goederen die op naam staan van de ene of de andere echtgenoot moeten niet verdeeld worden, zij blijven toebehoren aan die echtgenoot op wiens naam ze staan.

Wat indien één der echtgenoten geen inkomen heeft.
Vermits in het stelsel van scheiding van goederen, het beroepsinkomen van elk der echtgenoten voor hen eigen blijft, kan er een onevenwicht ontstaan indien één der echtgenoten geen beroepsinkomen heeft.
Deze echtgeno(o)t(e) heeft geen inkomen en beschikt dan ook niet over eigen gelden.

Bestuur en beheer
Het inkomen van elk der echtgenoten blijft eigen van elk van hen.
Dit wil ook zeggen dat ze elk baas en meester blijven over die inkomsten en ze vrij en zonder toestemming van de andere echtgenoot kunnen besteden.
Wel is het zo dat elk der echtgenoten vooreerst de plicht heeft om in evenredigheid van zijn vermogen, bij te dragen in de lasten van het huwelijk en in de kosten van het huishouden.
Elk der echtgenoten kan alléén een lening aangaan, een krediet op afbetaling afsluiten, een woning, een grond kopen.
In het wettelijk stelsel moet men al deze zaken samen beslissen en aangaan.
Het stelsel van scheiding van goederen biedt een bijna volledige financiële onafhankelijkheid tussen de echtgenoten.


Schulden en verhaalbaarheid
De schulden aangegaan door de man, kunnen enkel verhaald worden op de goederen van de man.
De vrouw kan niet verplicht worden mee te betalen voor deze schulden en haar eigen goederen kunnen niet aangeslagen worden.
Omgekeerd geldt natuurlijk hetzelfde voor de schulden aangegaan door de vrouw. Ook daarvoor draait de man niet op.
Indien de echtgenoten echter samen een schuld aangaan, zullen ze beiden aangesproken kunnen worden om ze te betalen.
In dat geval kunnen de goederen van zowel de man als van de vrouw in aanmerking komen voor beslag.

Bevoordeling van de langstlevende echtgenoot bij scheiding van goederen: minder ruime mogelijkheden
In een stelsel van scheiding van goederen bestaan er geen mogelijkheden om de langstlevende een groter deel dan de helft van de onverdeelde goederen te geven.
Men kan in het huwelijkscontract wel een schenking opnemen.
Vermits men hetzelfde resultaat bereikt met een testament of met een schenking buiten het huwelijkscontract, wordt dit laatste meestal aangeraden.
De schenking in het huwelijkscontract is immers niet herroepbaar wat bijzonder onaangenaam kan zijn indien men in echtelijke moeilijkheden komt.
Anderzijds is het in een stelsel van scheiding van goederen wel mogelijk om vrij de bezittingen tussen de echtgenoten te schikken.
Hetgeen wat op naam staat van de langstlevende moet bij overlijden niet verdeeld worden; het blijft van de langstlevende.
Wat op naam staat van de eerststervende, wordt geërfd (door de kinderen/door de ouders, broers en zusters van de eerstgestorvene).


Het stelsel van de algehele gemeenschap
Zoals de benaming van dit stelsel het reeds aangeeft, is alles in dit stelsel gemeenschappelijk.
Ongeacht de wijze waarop de goederen verkregen werden, ze zullen steeds voor de gelijke helft toebehoren aan beide echtgenoten.
Bij ontbinding van het stelsel (echtscheiding of overlijden) zal alles gedeeld moeten worden.
In het stelsel van algehele gemeenschap heeft het geen enkel belang wie wat gekocht of betaald heeft, op wiens naam de bankrekening staat, op wiens naam de factuur staat, of men de goederen reeds had voor het huwelijk, of tijdens het huwelijk gekocht heeft: alles is gemeenschappelijk.
Bij ontbinding moet alles gedeeld worden.
Het feit dat alles verdeeld moet worden, komt vooral bij echtscheiding soms hard en onrechtvaardig over.
De vrouw die van haar ouders een woning en een som geld geërfd heeft, zal niet opgelucht zijn indien zij deze goederen voor de helft "cadeau" moet doen aan haar man, van wie ze gescheiden is omdat deze haar ontrouw was!
Doch dat is de werking van het stelsel van algehele gemeenschap.

Bevoordeling van de langstlevende echtgenote
Het stelsel van algehele gemeenschap biedt zeer ruime kansen om de langstlevende der echtgenoten veilig te stellen tegen aanspraken van de kinderen.
Zoals in het wettelijk stelsel kan men bedingen van ongelijke verdeling of voorafname inbouwen.
Gezien alle goederen tot de gemeenschap behoren, kunnen alle goederen het voorwerp uitmaken van een bevoordelingsbeding (in een wettelijk stelsel kan men geen bevoordeling uitwerken met betrekking tot de eigen goederen).

Het huwelijkscontract wijzigen tijdens het huwelijk
Een huwelijkscontract maken nadat men gehuwd is
Sinds de wet van 1976 is het mogelijk dat echtgenoten tijdens hun huwelijk hun stelsel wijzigen.

Men onderscheidt twee procedures: de grote wijziging en de kleine wijziging.

 

De grote wijziging
Wanneer de echtgenoten een totaal ander huwelijksstelsel wensen aan te nemen, dient de grote procedure gevolgd te worden.
Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer je zonder kontrakt gehuwd bent en wenst over te stappen naar een stelsel van scheiding van goederen.
De grote procedure is vrij omslachtig en betrekkelijk duur.
De notaris zal U juist inlichten wat er precies voor nodig is en wat de kosten zijn.

De kleine wijziging:
Wanneer de echtgenoten onder hetzelfde stelsel blijven maar dit stelsel enkel wensen aan te vullen met bijvoorbeeld bevoordelingsbedingen ten gunste van de langstlevende echtgenoot (voorafnamebeding en beding van ongelijke verdeling) dan kan dat door de zogenaamde "kleine procedure".
Deze procedure is zeer eenvoudig en vrij goedkoop.
Zeer veel echtgenoten wijzigen hun contract om de langstlevende van hen beiden beter te beschermen tegen aanspraken van de kinderen of andere erfgenamen.
Het is een eenvoudige en goedkope wijziging die echter verstrekkende gevolgen kan hebben en de langstlevende in een comfortabele positie plaatst.

Besluit
Het is geenszins de bedoeling van deze teksten om een volledig overzicht te geven wat mogelijk is omtrent huwelijkscontracten.
We hebben enkel getracht aan te tonen hoe belangrijk een huwelijkscontract kan zijn.
Vele van de regels die we aangehaald hebben kennen talrijke uitzonderingen.
Enkel de algemene en voor de hand liggende zaken werden vermeld.
Deze tekst geeft een idee van wat kan.
Niet enkel mensen die op het punt staan te huwen moeten aan een huwelijkscontract denken.
Ook diegenen die reeds jaren gehuwd zijn hebben er alle belang bij zich te laten voorlichten wat er zou gebeuren indien één der partners overlijdt, indien men schulden maakt ...
Al te dikwijls moet de notaris vaststellen dat veel leed en ongenoegen vermeden had kunnen worden indien hij tijdig was geraadpleegd.